Het college van B&W in Ede staat op het punt om €120.000 aan subsidie te verlenen aan Stichting Aimon voor een 'interventieteam' in Veldhuizen en Ede-Zuid. Hoewel het officieel wordt gepresenteerd als 'de-escalatie', maskeert dit besluit een dieperliggend, zorgwekkend probleem. Door een specifieke groep burgers te betalen om hun 'eigen' jongeren op te voeden, erkent de overheid haar eigen onmacht en financiert zij de fundamenten van een parallelle samenleving. In plaats van integratie en handhaving, kiest Ede voor segregatie op de loonlijst.
De overheid op afstand
Het besluit om €120.000 gereserveerd te houden voor een team dat geselecteerd wordt op "gezag in de wijk" klinkt in eerste instantie praktisch, maar is principieel riskant. Wat we hier zien, is de creatie van een eigen ordedienst. Wanneer de reguliere politie of het reguliere jongerenwerk geen grip meer heeft op bepaalde wijken, en er een tussenlaag nodig is die "de taal spreekt", geef je een gevaarlijk signaal af: de algemene Nederlandse wetten en handhavers gelden hier blijkbaar alleen als er een bemiddelaar van eigen afkomst tussen zit.
Betalen voor opvoeding
Het meest wrange aan deze constructie is dat de gemeenschap betaalt voor iets wat een basisvoorwaarde van burgerschap zou moeten zijn: het binnen de lijnen houden van de eigen jeugd. Door hier een subsidie aan te koppelen, wordt ouderlijke en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid omgezet in een verdienmodel. Waarom moet de Edese belastingbetaler opdraaien voor het corrigeren van jongeren die blijkbaar alleen luisteren naar mensen van hun eigen achtergrond? Dit is geen brug slaan; dit is de tweedeling in de hand werken.
Segregatie als beleid
Stichting Aimon wordt geprezen om haar "unieke vertrouwenspositie". De gemeente stelt zelfs dat deze positie niet overdraagbaar is naar andere partijen. Hiermee geeft het college toe dat de publieke ruimte in wijken als Veldhuizen is opgedeeld langs etnische of sociale lijnen. Als alleen een specifieke groep 'eigen mensen' de orde kan herstellen, is er sprake van een parallelle samenleving.
Het feit dat er geen openbare aanbesteding is geweest en dat objectieve cijfers over de effectiviteit ontbreken, duidt op paniekvoetbal bij de gemeente. Men koopt 'rust' af, zonder te kijken naar de lange-termijn schade: een samenleving waarin groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan en waarin de overheid zich terugtrekt achter de muren van gesubsidieerde buurtvaders.
Geen controle, wel de rekening
Terwijl professionele instanties zoals Malkander en de gemeente zelf hun uitvoerders afschermen achter communicatieafdelingen, blijft de burger achter met vragen. We zien maskers in het Huygenspark, we zien tachtig tot negentig jongeren die de politie uitdagen, en de oplossing van het college is: meer geld naar de eigen groep.
Zodra het écht spannend wordt, trekken deze interventieteams zich terug – dat is de afspraak. De burger blijft dus zitten met een team dat alleen praat als het gezellig is, een politie die er niet doorheen komt, en een rekening van ruim een ton.
Conclusie
Ede slaat met dit subsidiebesluit een weg in die we niet zouden moeten willen. Een stad moet één gemeenschap zijn met één set regels en één handhavingsmacht. Door groepspecifieke interventieteams te institutionaliseren, legitimeert de gemeente de tweedeling. We financieren hiermee niet de veiligheid, maar het onvermogen om als één samenleving te functioneren. Het wordt tijd dat we stoppen met het subsidiëren van de parallelle samenleving en weer gaan investeren in universele handhaving en echte integratie. Het is goed en logisch dat de politieke partij Burgerbelangen hier vragen aan het college van B&W hierover heeft gesteld.