Tussen de vliegers en de vergeetachtigheid

Gepubliceerd op 23 januari 2026 om 18:48

Als ik over de Ginkelse Heide uitkijk, voel ik de ruimte die ik thuis soms mis. In de zomer is dit het domein van de vliegers; kleurrijke stippen die dansen tegen de strakblauwe Edese lucht, bestuurd door mensen die voor even hun telefoon in hun zak houden. Maar nu, terwijl de winter nog nagloeit, wacht ik met bijna fysiek ongeduld op de lente. Op het moment dat de schaapskudde weer lammetjes heeft. Die dartelende, witte bolletjes wol zijn voor mij het ultieme symbool van een nieuw begin – iets waar mijn kinderwens in deze fase van mijn leven alleen maar sterker door gevoed wordt.

De natuur hier vraagt niets van je, ze is er gewoon. Dat is een verademing vergeleken met de digitale wereld waarin iedereen vastgeplakt lijkt aan zijn scherm. Zelfs thuis is de verbinding soms ver te zoeken. Mijn vriend was in het begin de personificatie van attentheid, maar tegenwoordig lijkt zijn geheugen een zeef. De belangrijke gesprekken die we voeren over de toekomst lijken soms te verdampen zodra hij zijn mobiel pakt. "Oh, was dat vandaag?" of "Dat wist ik niet meer," zijn zinnen die vaker vallen dan me lief is. Zijn vergeetachtigheid is een schril contrast met hoe scherp hij vroeger was.

Op de heide heb ik geen bereik nodig om me verbonden te voelen. Hier, tussen de struikheide en de vliegeraars, vind ik de rust om na te denken over wat ik echt wil. Ik kijk uit naar de dag dat ik hier niet alleen wandel om de dagelijkse sleur te ontvluchten, maar om een kleine de wereld te laten zien.

 

Ik hoop dat als de lente straks echt doorbreekt en de schaapjes weer in de wei staan, de knop bij hem ook weer omgaat. Dat de attentheid van die eerste maanden niet definitief is ingeruild voor een schermpje en een selectief geheugen. Want de natuur vernieuwt zichzelf elk jaar; nu wij nog.

Daan