Daar zit ik dan, op een dinsdagavond in een muf buurthuis, starend naar een schaaltje uitgedroogde kaashapjes en een kan lauwe aanmaaklimonade. Mijn manager had me die middag nog gevraagd of ik "voldoende eigenaarschap toonde over mijn persoonlijke ontwikkelplan". Ik keek hem aan en dacht: "Ik probeer vanavond eigenaarschap te tonen over mijn eigen straat, maar ik vrees dat de uitkomst al vaststaat." De vrouw appte ook nog: "Vergeet niet kritisch te zijn over die nieuwe lantaarnpalen, ze lijken op gevangenisverlichting!" Alsof mijn mening daar ook maar één lux aan gaat veranderen.
Welkom in de wereld van de Edese Schijndemocratie. U kent het wel: de gemeente organiseert een 'inloopavond' of een 'meedenksessie'. Het begint altijd hetzelfde. Een externe procesbegeleider met een te hippe bril en een vlijmscherpe scheiding (ingehuurd voor het uurtarief van een hartchirurg) legt uit dat we vandaag gaan "oogsten". We mogen post-its plakken op grote vellen papier. "Wat is uw droom voor deze wijk?"
Ik plak een briefje: "Gewoon kunnen parkeren en geen overlast van hangjongeren."
Ik zie de procesbegeleider kijken. Hij glimlacht meewarig, zoals een kleuterjuf kijkt naar een kind dat buiten de lijntjes kleurt. "Interessant," zegt hij, "maar laten we focussen op de belevingswaarde en de groene dooradering." Vertaling: jouw praktische gezeur past niet in ons ronkende visiedocument, dus we negeren het gewoon.
Dit is de hoogste vorm van bestuurlijke arrogantie, vaak aangevoerd door het CDA en de ChristenUnie. Ze noemen het 'samen stad maken', maar in werkelijkheid is het een pedagogisch project om de lastige burger te masseren tot hij opgeeft. Wethouder Jan Pieter van der Schans staat erbij, kijkt gewichtig en knikt begrijpend, terwijl hij in zijn hoofd waarschijnlijk al de tekst voor het persbericht aan het formuleren is waarin staat dat "de buurt enthousiast heeft meegedacht".
De linkse opiniesites doen er vrolijk aan mee. Zij schrijven over "burgerkracht" en "bottom-up initiatieven", terwijl de gewone man die gewoon zijn straat herkenbaar wil houden, wordt weggezet als iemand die "niet openstaat voor verandering". Als je zegt dat je die nieuwe 'duurzame ontmoetingsplek' (een duur woord voor een blok beton waar niemand op gaat zitten) niet wilt, ben je een spelbreker.
En Gemeentebelangen? Die vindt het allemaal best, zolang de bevriende projectontwikkelaar maar kan beginnen met bouwen zodra de laatste post-it in de prullenbak is verdwenen.
Het is een theaterstuk. De besluiten zijn allang genomen in de achterkamertjes van het raadhuis, ver weg van de 'witte schapen' die braaf hun dromen op een flapover schrijven. Wij zijn de figuranten in een toneelstuk dat 'democratie' heet, maar waarbij het script al gedrukt is voordat de repetities begonnen.
Ik trek mijn jas aan en laat de lauwe limonade voor wat het is. De procesbegeleider vraagt of ik mijn "input" nog wil toelichten. "Nee hoor," zeg ik, "ik ga naar huis om tegen de muur te praten. Dat levert ongeveer hetzelfde resultaat op, maar dan zonder die droge kaas."
Morgen weer naar het kantoor. Spreadsheetjes vullen. Dat is tenminste eerlijk: daar weet ik van tevoren dat niemand naar de inhoud kijkt, zolang de kleurtjes maar kloppen.
De Anonieme Realist