In het hart van de gemeente Ede, tussen de statige bossen en de nuchtere dorpskernen, beweegt zich een fenomeen dat de lokale politiek al decennia op haar grondvesten doet schudden. Ruben van Druiten, een vijftiger in de kracht van zijn leven, is geen gemiddelde politicus. Terwijl zijn collega’s zich blind staren op abstracte beleidsvisies, leidt Ruben met een joviale zwaai van zijn hand de fractie van BurgerBelangen.
Ruben van Druiten is een verschijning. Met een imposant, bourgondisch postuur dat hijzelf steevast toeschrijft aan een "levenslange, gezonde obsessie met de Edese gastronomie" en een gezicht dat altijd op onweer lijkt te staan vlak voordat er een bulderende lach uitkomt, is hij de vleesgeworden tegenpool van de technocraat. Zijn jasje zit steevast een tikkeltje te strak – een stille getuige van jarenlang goed gastheerschap – en is vaak besmeurd met een verdwaalde kruimel van een worstenbroodje dat hij onderweg naar de raadszaal nuttigt.
De dossiers en de blokjes kaas
Zijn grootste vijand is niet de oppositie, maar het papierwerk. Dossierkennis is voor Ruben na al die jaren nog steeds een abstract concept, vergelijkbaar met hogere wiskunde of een dieet zonder koolhydraten. Tijdens commissievergaderingen kan hij met een stalen gezicht vragen: "Maar voorzitter, waarom maken we het niet gewoon gezellig?" terwijl hij naar een stapel van 400 pagina's over stikstofreductie wijst.
Gelukkig is daar Henk Splint. Waar Ruben de grote lijnen en de harten van de mensen bespeelt, is Henk de motor in de schaduw. Henk is geen groot spreker – zijn stem heeft de neiging om weg te vallen bij de derde bijzin – maar hij is een absoluut genie met de cijfers. Hij kent elke begrotingspost tot drie cijfers achter de komma en weet precies waar de financiële valkuilen liggen.
"Ruben," fluistert Henk dan tijdens een debat over de begroting van BurgerBelangen, "deze post vertoont een afwijking van 8,4 procent ten opzichte van de landelijke trend."
Ruben van Druiten knikt dan gewichtig, neemt een grote slok cola, en roept naar de burgemeester: "Voorzitter, mijn goede vriend Henk heeft het uitgerekend! De cijfers liegen niet: de regeltjes zitten in de weg, terwijl de burger gewoon wil dat de kermis doorgaat! Laten we die juristen parkeren en naar het gezonde verstand luisteren!"
Fortuynistische flair
Ruben is een meester in het 'fortuynistische' vertellen; hij heeft de kunst van de provocerende nuchterheid tot in de perfectie verfijnd. Hij spreekt niet tegen de burgers, hij spreekt met hen. Hij kan minutenlang afgeleid raken door een vlieg op de microfoon of de geur van de catering die door de gangen zweeft, om vervolgens een vlijmscherpe en gevatte anekdote te vertellen die de hele zaal plat krijgt. Hij is de enige politicus die door zowel de conservatieve boeren als de progressieve jongeren wordt omarmd; hij is immers de enige die weet waar je de beste kapsalon van de regio kunt halen.
Zijn botsingen met de 'dossiertijgers' zijn legendarisch. Wanneer een technocraat met een grafiek over bevolkingsprognoses komt, reageert Ruben steevast: "Meneer de technocraat, u kijkt naar cijfers, ik kijk naar mensen. En die mensen hebben honger naar verandering, en toevallig ook naar een fatsoenlijke parkeerplek bij de snackbar!"
De aimabele rebel
Ondanks zijn gebrek aan voorbereiding en zijn neiging om tijdens belangrijke stemmingen plotseling te beginnen over de kwaliteit van de raadscatering, is Ruben geliefd bij vriend en vijand. Zelfs zijn grootste politieke tegenstanders kunnen een glimlach niet onderdrukken als hij na een fel debat als eerste een schaal met blokjes kaas bestelt en hen met een joviaal "Kom op jongens, het is maar politiek!" op de schouder slaat.
Men weet in Ede dondersgoed dat Ruben van Druiten liever een goed gesprek voert dan een dik dossier spelt. Maar met de ijzersterke data van Henk in zijn binnenzak, blijft de vijftigjarige rebel van BurgerBelangen de absolute smaakmaker die de gevestigde orde telkens weer te slim af is.