De schaduwen van Kernhem

Gepubliceerd op 12 februari 2026 om 13:43

Ik loop over de statige beukenlanen van Landgoed Kernhem. Er hangt hier altijd een zweem van mysterie, een stilte die je dwingt om naar je eigen gedachten te luisteren. Terwijl ik langs het pannenkoekenhuis richting de dichte bossen loop, verlang ik naar de lente. Naar het moment dat het jonge groen de grijze sluiers van de winter vervangt, precies zoals de dartelende lammetjes bij de schaapskooi straks het leven weer kleur geven.

Maar de rust van het bos staat in schril contrast met de storm die thuis woedt. Gisteravond kwam de confrontatie waar ik al weken tegenaan hikte. We zaten aan tafel, maar hij zat ergens anders. In een wereld van eindeloos scrollen en blauw licht. Zijn mobieltje is een muur geworden waar ik niet meer doorheen kom. De man die in onze beginfase nog wist welke dromen ik had voordat ik ze zelf hardop uitsprak, is veranderd in iemand die de meest basale dingen vergeet. Zijn vergeetachtigheid is een symptoom geworden van zijn afwezigheid.

"Ik praat tegen een achterkant van een telefoon," zei ik, en de trilling in mijn stem verraadde mijn frustratie. Ik vertelde hem over mijn kinderwens, over de angst dat we straks een gezin vormen waarin we alleen nog maar naast elkaar op een scherm kijken in plaats van naar ons kind. Hij keek even op, mompelde iets over 'druk zijn', en zakte weer weg in zijn digitale cocon. De attentheid van weleer lijkt te zijn opgelost in een stroom van zinloze notificaties.

Hier in de bossen bij Kernhem, zonder bereik en zonder afleiding, voelt die leegte extra groot. Ik zie in de zomer de vliegers boven de nabijgelegen Ginkelse heide dansen, verbonden met de aarde door slechts één lijntje. Zo voel ik me ook: ik hou de lijn vast, maar hij weigert de wind te voelen. Ik kijk uit naar de lente, in de hoop dat de man die ik liefheb weer leert om echt aanwezig te zijn. Want de natuur bij Kernhem wacht op niemand; ze bloeit simpelweg, met of zonder dat je kijkt.

Daan