Daar zaten ze dan, gisteravond. De campagnestickers waren nog maar net van de jassen gepeld en de overwinningsroes was hardhandig ingewisseld voor een gezonde dosis zenuwen. De raadszaal rook naar verse ambitie, maar wie goed snoof, rook ook het angstzweet. Het voelde als een grote kijkdoos: een verzameling personages die voor het eerst hun plek innamen volgens een script dat ze gisteren pas echt in handen kregen. Achter de strakke gezichten begon gisteren pas het echte verhaal.
De beëdiging zelf was een fascinerend stukje theater. Op papier een gortdroog protocol, maar in de praktijk de ultieme eerste date met de kiezer. Het is het enige moment in vier jaar dat iedereen exact doet wat de voorzitter zegt, terwijl de klamme handjes bijna hoorbaar waren op het hout van de bankjes. Bij de microfoon vielen de maskers af: van de hoopvolle blik naar boven bij de eed tot de bijna zakelijke vastberadenheid bij de belofte.
Als toeschouwer probeer je de types te matchen. De 'Haantjes-de-voorste' die al stralen alsof de sjerp al klaarligt, versus de 'Muurbloempjes' die zo stil zitten dat je bijna hun hartslag wilt controleren. De geschiedenis leert dat de grootste schreeuwers vaak al struikelen over hun eigen ego voordat het eerste dossier echt openligt, terwijl de stille kracht tegen de lambrisering zomaar de scherpe detaillist van morgen kan zijn.
Gelukkig was daar nog de speech van de burgemeester. Als een ervaren regisseur die de spanning in de kijkdoos feilloos aanvoelde, wist deze de boel met de juiste woorden te relativeren. Het was de broodnodige herinnering dat het hier niet om de ego's gaat, maar om de stad.
De eed is afgelegd, de belofte gedaan. Het glanzende laagje vernis van de installatie maakt nu plaats voor de rauwe werkelijkheid. De kijkdoos is geopend; nu gaan we zien wie er echt kleur bekent en wie er alleen voor de decoratie bij zit.