Daar zit ik dan. Thuis op de bank, net op het moment dat ik dacht even rust te hebben, vraagt mijn vrouw of ik "nu eindelijk eens die lamp in de gang ga ophangen, het is al donkerder dan in een berenhol daar!" Ik knik braaf, staar naar mijn lauwe koffie en droom weg naar een wereld waar taken zich vanzelf voltooien, of op zijn minst niet gepaard gaan met het gevoel dat je een Olympische medaille moet verdienen voor elk klusje in huis.
Welkom in Ede. Het dorp waar de gemeenteberichten over "participatieprojecten" en "duurzaamheidsinitiatieven" zich opstapelen in de brievenbus, terwijl de meest urgente kwestie in huis de mysterieuze verdwijning van de afstandsbediening is. We zijn de stad van de Edese schaapskudde, maar dan in de zin dat iedereen zijn eigen route door de supermarkt probeert te navigeren zonder een botsing te veroorzaken met een overvolle winkelwagen.
Op mijn werk, waar ik een saaie baan heb op een kantoor, proberen we de dag door te komen tussen de eindeloze e-mails en vergaderingen door. Een kritische noot over de kleur van de nieuwe kantoorplanten, en je krijgt direct de blik die zegt: "Is dit wel constructief?" Dus houd ik mijn mond en tel ik de uren tot de vrijmibo, waar de grootste discussie gaat over wie de lekkerste borrelnootjes heeft meegenomen.
Soms voelt het alsof ik aan de 'verkeerde kant' sta, de kant die zich afvraagt waarom we ingewikkelde termen gebruiken voor simpele dingen en waarom er voor elk klein ding een commissie lijkt te zijn. Maar ach, misschien hoort het er wel bij. De kleine ergernissen en de pogingen om er het beste van te maken, dat is Ede ook.
Mijn vrouw roept weer. Ik hoor iets over een "uitpuilende wasmand". Maar terwijl ik me opmaak voor de volgende huishoudelijke uitdaging, lach ik in mijn vuistje. Want morgen is er weer een dag met nieuwe kleine beslommeringen om over te schrijven.
De Edese Realist