Daar zit ik dan, op mijn kantoor, te staren naar een intern memo over "sociale veiligheid en inclusieve publieke ruimtes". Mijn manager – die waarschijnlijk denkt dat een 'no-go zone' een plek is waar de havermelk op is – kwam net langs om te vragen of ik me al "psychologisch veilig" voelde in ons nieuwe kantoortuin-concept. Ik keek hem aan. "Ik voel me veiliger tussen de ratten in de kelder dan ’s avonds laat op het Marktplein," dacht ik. Hij glimlachte meewarig en mompelde iets over "positieve framing".
De vrouw appte ondertussen of ik "niet te laat" wilde thuiskomen, want ze had op de buurt-app gelezen dat er weer 'jongeren' (u weet wel, het Edese codewoord voor overlastgevers) door de straat struinden. Het gezeik thuis is weergaloos, maar de angst is reëel. Terwijl de gemeente pronkt met statistieken die aangeven dat Ede "hartstikke veilig" is, trekken de bewoners in wijken als Veldhuizen of rondom het station de gordijnen wat strakker dicht zodra de lantaarnpalen – die 'duurzame gevangenisverlichting' – aanspringen.
Het is de ultieme veiligheids-illusie. Onze wethouders van het CDA en de SGP hebben de mond vol van 'normen en waarden', maar op straat regeert de wet van de sterkste. We hebben BOA’s die met de precisie van een Zwitsers uurwerk bekeuringen uitschrijven voor een fout geparkeerde fiets of een hond die twee centimeter buiten de uitlaatstrook poept. Dat is makkelijk scoren voor de cijfers. Maar zodra er een groep intimiderende jongeren de dienst uitmaakt bij het Huygenspark zijn de handhavers ineens in geen velden of wegen te bekennen. Blijkbaar valt 'echte overlast' niet binnen de 'prioritering' van het beleidsplan.
De linkse opiniesites noemen dit "multiculturele dynamiek" en waarschuwen direct voor 'stigmatisering' als je de vinger op de zere plek legt. De VVD mompelt iets over 'meer blauw op straat' tijdens de verkiezingen, maar stemt ondertussen braaf mee met bezuinigingen op de wijkagent. Het resultaat? Een grimmige straatcultuur die de publieke ruimte claimt, terwijl de gewone burger – het witte schaap dat braaf belasting betaalt – zich steeds meer terugtrekt in zijn eigen huis.
In de Edese raadszaal hebben ze het over 'de-escalatie' en 'jongerenwerkers'. De zogenaamde 'Platte Petten strategie. In de praktijk betekent dit dat we overlastgevers belonen met een potje zaalvoetbal, terwijl het slachtoffer van diezelfde overlast mag hopen dat de aangifte niet direct in de digitale prullenbak verdwijnt. De gegoede burgerij op De Berg van Ede en de op de beste locatie wonenende linkse raadsleden en wethouders vinden het allemaal "wel meevallen", maar zij hoeven dan ook niet ’s avonds laat door de tunnels bij het spoor.
Het is de hypocrisie van een bestuur dat liever wegkijkt dan de confrontatie aangaat met de schaduwkanten van de eigen stad. Ze zijn bang voor de waarheid: dat hun 'inclusieve droom' in bepaalde wijken is veranderd in een nachtmerrie van intimidatie en verloedering.
Ik trek mijn jas aan. De zon gaat onder en ik moet nog langs de supermarkt. Ik loop met een boogje om de groepjes 'jongeren' heen en hoop dat mijn auto er morgen nog staat. Want in Ede ben je vooral veilig op papier, zolang je maar niet vraagt wat er op straat gebeurt.
Morgen weer naar het kantoor. Spreadsheetjes vullen. Daar zijn de risico's tenminste beperkt tot een 'critical error' in Excel, in plaats van een 'critical error' in het Edese veiligheidsbeleid.
De Anonieme Realist