Daar zit ik dan weer, achter mijn bureau op dat zielloze kantoor, starend naar een spreadsheet die langzaam mijn ziel wegvreet. Mijn manager – een man die waarschijnlijk zelfs zijn vakantieplanning in een organogram giet – vraagt of ik "voldoende alignment voel met de kernwaarden van de organisatie". Ik knik maar wat. "Absoluut, als die kernwaarden 'overleven tot de vrijdagmiddagborrel' zijn," denk ik bij mezelf. Ondertussen trilt mijn telefoon. De vrouw. Of ik na het werk nog even langs de bouwmarkt kan, want ze heeft op Pinterest een nieuw project gevonden voor de achtertuin. "Iets met duurzaam sloophout en verticale tuinen, schat!" Tuurlijk, want mijn zaterdag was blijkbaar nog niet zinloos genoeg gevuld.
Maar wie denkt dat het gezeik bij mij thuis erg is, heeft nog nooit een blik geworpen in de Edese raadszaal. Daar wordt hypocrisie tot kunstvorm verheven.
Laten we beginnen bij de grote afwezige: Forum voor Democratie. Waar zijn die gasten gebleven? In de aanloop naar de verkiezingen was het één groot spektakel over de 'uilen van Minerva' die over de Ginkelse Heide zouden vliegen, maar tegenwoordig is het stiller rondom de fractie dan op het Marktplein op een regenachtige dinsdagavond. Het lijkt wel of ze hun eigen 'exit' uit de realiteit hebben gevonden. Terwijl de burger snakt naar een kritisch geluid, schittert de partij die de boel wel even zou opschudden door afwezigheid. Blijkbaar is de boreale wereld leuker op Twitter dan in de weerbarstige praktijk van de Edese politiek.
En dan hebben we de VVD. De partij die beweert er voor de 'hardwerkende Nederlander' te zijn, maar in de praktijk vooral fungeert als de PR-afdeling van het grootbedrijf. Ze rollen de rode loper uit voor goedkope arbeidskrachten om de winsten van de industrieterreinen op te pompen, terwijl de gewone Edese werknemer mag vechten voor een fatsoenlijke CAO die de inflatie nauwelijks bijhoudt. Het is de liberale droom: een stad vol bedrijvigheid, zolang de burgers maar genoegen nemen met kruimels en een parkeerplaats die elke jaar duurder wordt.
Maar de echte kers op de taart van bestuurlijke arrogantie is het CDA, met wethouder Jan Pieter van der Schans voorop. Als je hem hoort praten, krijg je bijna het idee dat hij de wereld persoonlijk heeft ontworpen in een Excel-sheet. Het is die typische, betweterige toon van iemand die alles 'bestuurlijk bekijkt', maar de binding met de straat al ergens tussen de eerste en tweede termijn is verloren. Hij weet het altijd beter, hij legt het je nog wel een keer uit (met dat vermoeiende toontje alsof hij tegen een traag kind praat), maar hij voelt niet dat de gewone Edenaar zich niet gehoord voelt. Voor het CDA is de burger geen mens van vlees en bloed, maar een 'stakeholder' die in een participatieproces past.
Gelukkig hebben we Burgerbelangen. De enige club die tenminste nog probeert om tussen de mensen te staan in plaats van erboven. Zij snappen dat de gewone man zich niet druk maakt over 'bestuurlijke sensitiviteit', maar over de veiligheid in de wijk, de betaalbaarheid van een woning en de vraag waarom de politiek in Ede altijd lijkt te beslissen over de burger in plaats van met de burger.
Terwijl de 'witte schapen' van de gevestigde orde elkaar schouderklopjes geven in het raadhuis over hun nieuwste 'visiedocumenten', staan wij aan de zijlijn. Wij, de mensen die de rekeningen betalen, de havermelk tegen heug en meug kopen om de vrede thuis te bewaren, en die zien hoe de stad die we liefhebben verandert in een bestuurlijk pretpark waar de gewone man alleen nog maar mag toekijken.
Jan Pieter van der Schans en zijn logica zijn waarschijnlijk ingewikkelder te begrijpen dan dat verticale tuinproject, dus ik ga maar eens naar de bouwmarkt."
De Anonieme Realist