De dossierridder van het pluche

Gepubliceerd op 8 februari 2026 om 21:37

Wethouder Jan Pieter van der Schans – de voornaam altijd voluit, als een plechtige belofte – is niet geboren, hij is geformatteerd. Terwijl zijn leeftijdsgenoten nog met blokken gooiden, hield de kleine Jan Pieter op vierjarige leeftijd al een veertig minuten durende uiteenzetting over de dualisering van het lokaal bestuur. De kleuterjuf, die slechts vroeg wie er een appel wilde, bleef verbijsterd achter met een diepgaand inzicht in de Financieringswet voor politieke partijen.

Nu, als dertiger met de ziel van een tachtigjarige aristocraat, regeert hij de fractiekamer. Hij is de jongste aan tafel, maar praat alsof hij de wederopbouw persoonlijk heeft geleid. Met een stemgeluid dat het midden houdt tussen een dominee en een encyclopedie, verbetert hij iedereen. "Feitelijk onjuist, beste collega," is zijn mantra, waarna een waterval aan wetsartikelen volgt die elke vorm van menselijke emotie in de kiem smoort.

Jan Pieter is de belichaming van de CDA-bestuurscultuur: een mengeling van onverwoestbaar zelfvertrouwen en een bijna religieus geloof in de macht van het dossier. De partij krimpt al decennia, als een gletsjer in een warm klimaat. Van de trotse fractie van weleer zijn nog maar vier zetels over. Voor een buitenstaander een historisch dieptepunt, maar voor Jan Pieter is het een machtig blok dat precies in het midden van de wipwap ligt.

Jan Pieter kijkt niet naar de zetels die hij verloren heeft; hij kijkt naar de gaten die hij in een coalitieakkoord kan vullen. Zijn specialiteit? Politiek schaakspel in de schemering. Terwijl de winnaars van de verkiezingen nog op de markt staan te juichen tussen 'het volk' – een doelgroep waar Jan Pieter een fysieke allergie voor lijkt te hebben – is hij al bezig met het leggen van de knopen in de wandelgangen.

Hij is de kampioen van de achterkamer. Zelfs met die vier schamele zetels wist hij zich onmisbaar te maken in de coalitie. Hij weet dat een wankel kabinet liever bouwt op zijn vier gedisciplineerde 'ja-knikkers' dan op de grillen van een onervaren megapartij. "Stabiliteit," noemt hij het, terwijl hij een amendement doorschuift dat niemand heeft zien aankomen. "Gijzeling," fluisteren de anderen, terwijl ze beseffen dat Jan Pieter met zijn kleine clubje de koers van Ede bepaalt.

De man in de straat, die aan het eind van de maand 100 euro overhoudt en zich afvraagt waarom de ozb omhoog gaat, bestaat voor hem alleen als een statistische afwijking in een Excel-sheet. 'Levellen' is een woord dat hij niet kent, tenzij het gaat over de nivellering van inkomens. Volksheid is in zijn ogen een gebrek aan dossierkennis. Hij omringt zich met 'dossiervreters': kleurloze schaduwen die zijn dedain delen en net zo hard kunnen praten zonder iets te zeggen.

Voor Jan Pieter is het pluche van de gemeente slechts een wachtkamer. Zijn blik is gericht op Den Haag, de plek waar intriges op nationaal niveau worden gespeeld. Het is geen kwestie van of, maar van wanneer. De verkiezingen komen eraan, en hoewel zijn fractieleden uitstralen dat ze liever een wortelkanaalbehandeling ondergaan dan een campagnestunt doen, loopt Jan Pieter met een minzame glimlach rond. Hij weet immers alles al. En wat hij niet weet, dat staat ongetwijfeld in een voetnoot die u nog niet heeft gelezen.

De onvermijdelijke botsing tussen ratio en realiteit

De setting is een houten schuur aan de rand van het dorp, waar de lucht dik is van de geur van kuilvoer en ingehouden woede. Een delegatie van lokale boeren, mannen met eelt op de handen en generaties aan geschiedenis in de grond, wacht op 'de politiek'. Jan Pieter van der Schans stapt uit zijn glimmende lease-auto. Hij draagt een marineblauwe overjas die geen spatje modder tolereert en glimmende instappers die vloeken bij de onverharde weg.

In zijn hand houdt hij geen koffie vast, maar een lijvig rapport met de titel: “Transitiestrategie Stikstofdepositie en de Juridische Houdbaarheid van de Habitatrichtlijn.”

"Heren," begint Jan Pieter, terwijl hij met een zijden zakdoekje een onzichtbaar stofje van de tafel veegt. Hij kijkt de boer die tegenover hem staat – een man die al dertig jaar melkt – niet aan, maar staart naar een spant in het dak. "Ik begrijp dat er sprake is van een zekere... affectieve ontregeling over de voorgestelde stikstofreductie."

"Ontregeling?" brult een jonge boer. "We worden kapotgemaakt! Mijn opa heeft dit bedrijf opgebouwd!"

Jan Pieter glimlacht minzaam, de glimlach van een patholoog die een interessant specimen bekijkt. "Emotionele argumentatie is een fascinerend antropologisch verschijnsel, maar in het kader van de Algemene wet bestuursrecht volstrekt irrelevant. Uw opa, hoe bewonderenswaardig ook, opereerde in een juridisch vacuüm dat wij ons in de huidige stikstofcrisis niet meer kunnen permitteren."

Hij slaat zijn dossier open op een pagina vol complexe grafieken en -berekeningen. "Kijk, als u de Aerius-berekeningen simpelweg had geëxtrapoleerd naar de kritische depositiewaarden, dan had u zelf ook kunnen concluderen dat uw bedrijfsmodel een anachronisme is. Het is een kwestie van eenvoudige rekenkunde. Dat u dat niet heeft gedaan, duidt op een gebrek aan... laten we zeggen, intellectuele proactiviteit."

Een oudere boer slaat met zijn vuist op tafel. "Je praat alsof we cijfers zijn, Jan Pieter! We hebben het over gezinnen!"

Jan Pieter zucht diep, alsof hij een kleuter uitlegt dat de lucht blauw is. "Gezinnen vallen onder het sociaal domein, beste man. Hier praten we over de fysieke leefomgeving. U moet leren de dossiers te scheiden. Uw onvermogen om te abstraheren van uw persoonlijke situatie belemmert een constructieve dialoog. Ik heb gisteren in de wandelgangen van het Interprovinciaal Overleg al laten doorschemeren dat wij als gemeente niet zullen wijken voor... wat was het ook alweer? Oh ja, 'boerenverstand'. Een term die overigens nergens in de wetboeken voorkomt."

Hij staat op en sluit zijn tas met een definitieve 'klik'. "Ik heb voor u een lijstje met omschuringssubsidies bijgevoegd. Misschien kunt u iets met recreatie doen? Een 'belevingsboerderij' voor stedelingen? Het vereist weinig dossierkennis en past uitstekend in het bestemmingsplan."

Terwijl hij naar zijn auto loopt, onverstoord door de boze kreten achter hem, mompelt hij tegen zijn kleurloze fractievoorzitter: "Vreselijk, dat gebrek aan niveau. Ze begrijpen werkelijk niet dat hun stikstofuitstoot een directe inbreuk is op de Europese rechtsorde. Straks in Den Haag hoef ik tenminste niet meer met mensen te praten die nog nooit een memorie van toelichting hebben gelezen."