Victoria Vesta en de vergeten aandacht

Gepubliceerd op 15 januari 2026 om 13:33

Daar loop ik weer. Mijn vaste rondje door wat de gemeente Ede keurig het Proosdijpark noemt, maar wat in mijn hoofd – en dat van elke echte Edenaar – voor altijd Victoria Vesta zal heten. Ik heb mijn telefoon bewust thuisgelaten. Het is een bijna rebelse daad in een park waar de rest van de wandelaars met hun kin op de borst geplakt zit, vergroeid met hun scherm. We zoeken verbinding via pixels, terwijl de echte connectie – de geur van natte aarde en het ritselen van de bomen – recht voor onze neus ligt.

Ik ben dertig nu. De leeftijd waarop een kinderwens niet meer een abstract idee voor 'later' is, maar een tikkende klok die soms oorverdovend hard klinkt. Als ik een jonge moeder zie worstelen met een kinderwagen, voel ik een mengeling van jaloezie en angst. Ik wil dat ook. Maar dan wel met de man op wie ik verliefd werd.

In de beginfase was hij de kampioen in attent zijn. Hij hoorde alles wat ik zei, verraste me met mijn lievelingschocolade en keek me aan alsof ik de enige op de wereld was. Maar ergens onderweg is die scherpte verdwenen. De man die vroeger de deur openhield, houdt nu vooral de afstandsbediening vast. De sprankeling heeft plaatsgemaakt voor een comfortabele routine, waarin hij lijkt te vergeten dat liefde geen eindstation is, maar een reis waarbij je af en toe de weg moet wijzen.

Overdag is dit park mijn veilige haven, mijn broodnodige dosis groen in de buurt. Ik voel me hier verbonden met de natuur, een van de weinige plekken waar ik echt kan ademen. Maar zodra de schemering over Veldhuizen valt, kantelt het gevoel. De bomen worden dreigend, de stilte wordt onbehaaglijk. Dat onveiligheidsgevoel zorgt ervoor dat ik ’s avonds de kortste route naar de voordeur kies, terwijl ik overdag juist elk zijpaadje wil ontdekken.

Ik kijk naar de vijver en besluit: vanavond laat ik ook thuis de telefoons in de lade liggen. Geen schermen, geen afleiding. Gewoon wij twee. Ik wil zien of de man die in het begin zo zijn best deed, nog ergens onder die laag van dagelijkse sleur zit. Want een toekomst bouwen doe je niet met iemand die alleen maar aanwezig is, maar met iemand die je echt ziet.

Daan