De luchtplaats van Zuid

Gepubliceerd op 7 januari 2026 om 10:23

Soms sta ik aan de rand van het Huygenspark en knijp ik mijn ogen een beetje dicht. Als je de flats wegdenkt en alleen naar die grijze vlakte kijkt, zou je zomaar kunnen denken dat we hier op de luchtplaats van een gevangenis staan. Het is een betonnen bak, een soort architectonische verontschuldiging voor het feit dat ze de rest van Ede-Zuid hebben volgebouwd met steen en asfalt.

De term ‘park’ is hier eigenlijk een belediging voor de natuur. Het devalueert wat een echt park zou moeten zijn: een plek van ruisende bladeren en diepe schaduw. Hier staan geen bomen van betekenis, alleen wat schriel groen dat dapper probeert te overleven tussen de tegels. Het is een postzegel, een karige compensatie voor het groen dat in onze versteende wijk ontbreekt. Ede-Zuid is een stapelwijk geworden; we leven bovenop elkaar, naast elkaar, maar zelden echt met elkaar in de natuur.

Het is triestheid troef, zou je zeggen. En toch... toch trekken we erheen. Waarom? Omdat het de enige plek is waar de muren even wijken. Het is de plek waar ik mijn buren zie, waar de honden hun rondje doen en waar de verhalen van de straat worden gedeeld. Het is onze huiskamer zonder dak.

Maar die huiskamer is de laatste tijd het toneel van woede. Als ik die gasten zie rellen, hun eigen plek zie verarmen, dan kookt er iets in mij. Begrijp me niet verkeerd: ik zie de frustratie ook. Die boosheid komt ergens vandaan. Deze plek is van iedereen, en juist daarom voelt het alsof niemand er echt de baas is. Wie zwaait er de scepter in de openbare ruimte? Is dat de gemeente met haar handhavingsauto’s, of zijn wij dat zelf?

Wat die raddraaiers niet snappen, is dat ze hun eigen ruiten ingooien. Letterlijk. Als je je eigen plek kapotmaakt, erken je eigenlijk dat je jezelf niets waard vindt. Maar wij zijn Ede-Zuid. Of je nu naar de moskee gaat, de kerk, of nergens in gelooft; of je wortels nu hier liggen of duizenden kilometers verderop: dit is onze bodem.

We moeten de gemeenschappelijkheid van Zuid bewaken. Die verbondenheid is geen luxe, het is noodzaak. Als we niet goedschiks kunnen inzien dat dit parkje – hoe lelijk en gevangenisachtig ook – ons bindmiddel is, dan zal het kwaadschiks moeten door strenge regels. Maar laten we eerlijk zijn: niemand wil in een echte gevangenis leven.

Laten we stoppen met het slopen van onze eigen postzegel. Het mag dan een betonnen bak zijn, het is wel onze bak. En in een wijk waar de muren steeds dichter op je afkomen, is die paar meter beton onze enige weg naar buiten.

Mehmet