Het maandagochtend gevoel

Gepubliceerd op 30 maart 2026 om 10:40

Daar zit ik dan. Maandagochtend, half negen. Het blauwe licht van mijn beeldscherm reflecteert in de ramen van een gemeentehuis ergens ver buiten mijn eigen provincie. Het is weer zover: de vaste teamdag. De dag waarop hybride werken even een sprookje is en we geacht worden elkaar in de ogen te kijken tijdens de weekstart.

Om hier te komen heb ik er al een bak ellende opzitten. Bijna 100 kilometer rijden vanuit Ede, vechtend tegen de rode achterlichten op de verzadigde snelwegen, terwijl de radio mij vertelt wat ik al weet: vertraging, stilstaand verkeer, de dagelijkse polonaise van de werkende klasse.

Ik werk ver buiten mijn eigen regio, maar de geur van schrale automatenkoffie en de gelaten sfeer bij de digitale paslezers bij de ingang zijn overal hetzelfde. Dat korte, gevoelloze piepje van mijn personeelspas tegen de scanner vertelt de centrale computer dat ik er weer ben. Het is de moderne variant van de prikklok; minder lawaai, maar de registratie van je aanwezigheid voelt net zo onverbiddelijk.

Terwijl ik mijn computer opstart, hoor ik achter me het vertrouwde geruis van collega’s die de weekendperikelen uitwisselen over de herinrichting van een fietspad waar drie man en een paardenkop naar kraait.

Ik staar naar het witte vlak op mijn scherm. Bovenaan prijkt in een sober lettertype: Concept-nota Mobiliteitsvisie 2035: De Menselijke Maat. Het is mijn taak als beleidsmedewerker om de burger te overtuigen dat de auto een relikwie uit het verleden is. Ik typ een zin over de modal split en het stimuleren van deelmobiliteit voor ritten onder de vijftien kilometer.

Terwijl ik de woorden opschrijf, voel ik de kramp in mijn rechterkuit nog van het constante koppelen en remmen in de file vanochtend. Vijftien kilometer? Ik zou willen dat het waar was. Mijn eigen reis was bijna zeven keer die afstand. Ik ben de architect van een autoluwe toekomst, terwijl ik zelf dagelijks tweehonderd kilometer asfalt vreet om diezelfde visie te kunnen bekostigen.

Tijdens de weekstart zojuist hield mijn teamleider een vurig pleidooi over nabijheid en de 15-minuten-stad. Iedereen knikte instemmend, terwijl de meesten van ons na vijven weer in hun leasebak stappen om de provinciegrenzen over te steken. We verkopen een droom waar we zelf niet in wonen.

Welkom in de wereld van de lokale overheid. De plek waar integraal werken en burgerparticipatie de toverwoorden zijn, maar waar de meest prangende vraag van de ochtend is wie de laatste rol printerpapier heeft opgebruikt. Hoewel ik elke dag de grens van Ede ver achter me laat om hier de bureaucratie draaiende te houden, neem ik mijn Edese nuchterheid gewoon mee in mijn laptoptas. We zijn een organisatie van processen; een olietanker die je niet zomaar van koers stuurt, ook al voel je de drang om het roer eens flink om te gooien.

Soms dwaalt mijn cursor af naar een tabblad met vacatures in de commerciële sector. Weg van de eindeloze nota’s en de stroperige besluitvorming. Maar zodra de cursor boven de knop solliciteer zweeft, schiet de twijfel erin. Het is de angst voor het verlies van zekerheid. Want hier weet ik precies waar ik aan toe ben: de dertiende maand, een solide pensioen en de wetenschap dat mijn dossier over drie weken waarschijnlijk nog precies op dezelfde plek ligt.

Mijn afdelingshoofd loopt langs en vraagt of ik de voortgangsrapportage voor de commissie al bijna af heb. Ik knik braaf en vervang een zin in mijn visie door een veilige ambtelijke term: het creëren van randvoorwaarden voor een integrale transitie. Dat dekt de lading. Het zegt alles en tegelijkertijd helemaal niets.

De veiligheid van deze vertrouwde sleur biedt een vreemd soort troost die ik nog niet durf op te geven voor een onzeker avontuur. Terwijl ik weer een standaardtekst in een sjabloon kopieer, lach ik in mijn vuistje. Want zolang ik de knoop niet doorhak, ben ik in ieder geval verzekerd van een hopelijk rustige rit van 100 kilometer terug naar huis, naar de enige plek waar ik echt de regie heb. Althans, totdat mijn vrouw weer over die schuur begint.
De Edese Realist