Geen pillen, maar de pas erin op Kernhem

Gepubliceerd op 25 mei 2026 om 13:10

De symmetrie van de beukenlanen op Kernhem is mijn enige houvast geworden. Terwijl de rest van de wereld zich in de spits wurmt, loop ik hier. De tijd is mijn bondgenoot geworden sinds ik vaker thuiswerk; de muren van ons huis dwingen me naar buiten, de bossen in, waar de geschiedenis van de bomen mijn gepieker relativeert. Het is mijn vaste moment, een ononderhandelbaar anker in een week die anders wegvloeit in spreadsheets en Teams-calls.

Soms sta ik stil bij de vijver en vraag ik me af of ik 'geholpen' moet worden. Een chemisch filter over de werkelijkheid, een pilletje om de scherpe randjes van mijn gedachten af te vijlen. De verleiding is er, de rust van een vlakke lijn. Maar ik weiger. Die donkere vlagen, die zwaarte in mijn borst... ze horen bij mij. Ze zijn de brandstof voor mijn schrijven, de enige momenten waarop ik echt iets voel dat verder gaat dan de oppervlakkige glans van een 'geslaagd' leven. Zonder die dieptes zou mijn pen droogstaan. Je kunt geen reliëf schilderen zonder schaduw.

Thuis is de dynamiek veranderd. De digitale muur tussen ons is er nog steeds, maar ik heb geleerd erlangs te kijken. Terwijl hij verdiept is in zijn scherm, koester ik mijn eigen stilte. Hij is de stabiele factor, de rots die blijft staan terwijl ik tril in de wind. Misschien is dat onze nieuwe choreografie: hij de basis, ik de beweging.

De kinderwens is geen spook meer dat me angst aanjaagt, maar een vraagstuk dat ik meedraag tijdens mijn lange wandelingen. Zou een kind mijn dichte gedachtenwereld openbreken, of zou ik het opsluiten in mijn eigen melancholie? Ik weet het nog niet. Wat ik wel weet, is dat de rust van Kernhem me meer vertelt dan welke dokter ook.

Ik stamp de modder weer van mijn schoenen. De vaatwasser piept, een geluid dat me terugroept naar de realiteit. Geen pillen, geen vluchtroutes. Alleen de beuken, de wandelingen en de wetenschap dat mijn 'bouwval' van binnen eigenlijk een plek is waar ik eindelijk begin te wonen. De mist is er nog, maar ik loop er niet meer in verloren; ik loop erdoorheen.

Daan