EDE-ZUID – Maak kennis met Anne-Fleur (26). Ze woont in een hippe studio op het kazerneterrein, draagt een duurzame regenjas en heeft gisteren een dapper besluit genomen. Na het lezen van weer een vlammend pleidooi in de kwaliteitskrant de Gelderlander over ‘grenzen aangeven’ en ‘de publieke ruimte heroveren’, wist ze het zeker. Nadat ze voor de vijfde keer die middag was getrakteerd op een gepassioneerd "Schatje, wat kijk je boos!" bij de Lidl aan de Parkweg, wist ze: de tijd van stelling innemen is aangebroken.
"Het probleem," legt Anne-Fleur uit terwijl ze haar Sproud-latte nipt bij Grandcafe Bij Maaten, "is dat we als maatschappij te lang hebben gezwegen. In de kranten staat het nu dagelijks: we moeten onze waarden etaleren. Dus dat is precies wat ik doe. Ik ben de fysieke manifestatie van een opiniestuk geworden."
De kracht van de deug-etalage
Terwijl de krantenkolommen volstromen met artikelen van betrokken burgers en deskundigen die vanaf hun veilige bureaus ‘stelling innemen’ tegen straatintimidatie – stukken die gretig worden gedeeld in de Edese bakfiets-appgroepen maar waar op de Parkweg geen letters van worden gelezen – brengt Anne-Fleur de theorie naar de praktijk.
"Ik plak nu stickers met 'In dit Ede is iedereen welkom' op lantaarnpalen waar de vapesporen nog op de grond liggen. Dat is mijn manier van de dialoog aangaan," zegt ze strijdvaardig. Dat de krantenartikelen vooral lijken te dienen om de goedheid van de betrokkenen te etaleren aan hun eigen achterban, deert haar niet. Het gaat om het signaal. Dat de gemiddelde sissende jongere op zijn opgevoerde fatbike waarschijnlijk nog nooit een krant van binnen heeft gezien, doet niets af aan haar morele high.
Cultuurverschillen? Welnee, een leerdoel!
In de wereld van Anne-Fleur is de Somatunnel geen plek van intimidatie, maar een oefenruimte voor de morele standaarden die ze in de media leest. Dat de kloof tussen haar verlichte studio op de kazerne en de rauwe werkelijkheid van Ede-Zuid onoverbrugbaar is, ziet ze als een "rechts narratief" dat je simpelweg weg kunt deugen.
"We moeten stelling innemen, precies zoals die hoogleraar in de zaterdagbijlage schreef," knikt ze. "Als een groepje jongeren mij ongevraagd mijn 'cijfer' geeft, zie ik dat als een kans voor een publieke demonstratie van mijn eigen deugdzaamheid. Ik zeg dan heel rustig: 'Jongens, wat doet dit gedrag met jullie innerlijke kind?' Dat ze daarna nog harder lachen en een wheelie trekken, is bijzaak. In mijn hoofd heb ik een dapper statement gemaakt waar de gemiddelde columnist jaloers op zou zijn."
De 'Psst' als onbegrepen dialoog
Ondertussen begrijpt de doelgroep er weinig van. Voor de gemiddelde jongere die met zijn vrienden bij de Somatunnel hangt, is Anne-Fleur de zoveelste passant die in een andere dimensie leeft. Maar voor de statistieken van 'betrokkenheid' is zij de held van de kazerne.
"Het is een groeiproces," besluit Anne-Fleur terwijl ze een laatste poster met de tekst 'Liefde is het antwoord' over een bekrast bushokje plakt. "Het maakt niet uit dat die krantenartikelen de werkelijkheid op straat niet veranderen, zolang wij maar laten zien dat we aan de goede kant staan. Het is een kwestie van tijd voordat de 'psst' wordt vervangen door: 'Bedankt Anne-Fleur, dat je je morele superioriteit zo dapper met ons deelt.'"
Anne-Fleur fietst weg, een spoor van goede bedoelingen achterlatend in de blauwe walm van een voorbijrazende scooter. Ze voelt zich lichter. De krant had gelijk: stelling innemen lucht enorm op, zolang je de reactie van de straat maar negeert.