Als dit papier mijn vluchtroute wordt

Gepubliceerd op 18 juni 2026 om 09:19

Ik loop op Kernhem, maar vandaag voelt het anders. Ik loop hier niet om rustig na te denken; ik vlucht. De muren van ons huis dwingen me naar buiten, maar het bos biedt geen rust meer. Ik voel me minder vrij. Er zit een blokkade op mijn gevoelens, op de onzekerheden die ik eigenlijk zou moeten delen. En ja, er zit ook een rem op mijn woorden. Maar ik dwing mezelf om door te schrijven. Ik weiger me hier te laten beperken, zoals ik dat thuis wel doe.

Het publiek is het probleem niet; dat is anoniem, een veilige, gezichtsloze massa. Maar mijn vrienden Mehmet en Mark zijn dat niet. Zij kennen mij echt. Door deze column kijken ze rechtstreeks met me mee, en die wetenschap verlamt me bijna. En toch, ondanks hun priemende blikken en het ongemak van die publieke kwetsbaarheid, ben ik intens blij met hun steun. Hun onvoorwaardelijke aandacht houdt me overeind. Ik houd ook van Mark en Mehmet, maar dat staat los van mijn relatie. Ze raken mij en ik heb hen nodig, omdat zij de kanten van mij snappen waar mijn vriend niet eens bij kan.

Het is zo wrang: hij ziet hen als een bedreiging, terwijl hij niet inziet dat zij mijn reddingsboei zijn. Zonder Mehmet en Mark, zonder de ruimte om bij hen volledig mezelf te zijn, zou ik langzaam leeglopen. Dan zou ik thuis pas echt een schim worden. Zonder hen ben ik uiteindelijk ook minder voor hem.

Het geeft me een beklemmend gevoel van ontrouw. Ik loop hier rond met gedachten en onzekerheden die ik met hen deel, terwijl de man met wie ik verder wil thuis is. Ik heb hen, hij is mijn alles. Ik wil hem niet belasten, maar door te zwijgen voel ik me pijnlijk afwezig in ons leven, een leven dat we samen willen invullen. Thuis rem ik mezelf af, pas ik me aan, houd ik me in. De logische stap is dat ik alles met hem bespreek. Maar ik weet wat er gebeurt als ik dat doe: ik lever in. Zodra ik mijn diepste kwetsbaarheid hardop uitspreek, verschuift de onzichtbare machtsbalans. Dan ben ik degene die open en kwetsbaar is, de afhankelijke. Dan ben ik de zwakkere, degene die niets voorstelt. En in een wereld waar afhankelijkheid gelijkstaat aan zwakte, ben ik dan direct de mindere. Gelijkwaardig is het immers nooit.

Het pijnlijkste is de wetenschap dat hij me waarschijnlijk toch niet begrijpen zal. Niet omdat hij niet wil, maar omdat we in andere werelden leven. Ik houd van hem, van zijn stabiliteit, maar de alledaagsheid tussen ons maakt de verbinding stuk. De routine die de magie opeet, de vaatwasser die piept, de stilte die we niet meer verbreken.

Ik weet het allemaal niet meer. Maar hier, op het papier, breek ik door de barrière heen. Thuis zwijg ik, maar hier dwing ik de woorden naar buiten. En tegelijkertijd vreet de angst aan me. Want hoe langer ik dit doe, hoe meer dit schrijven ons juist vervreemdt. Deze zinnen worden mijn excuus. Het papier maakt het me mogelijk om de confrontatie thuis niet aan te gaan. Ik geef de woorden aan de column, zodat ik ze aan hem niet hoef te geven.

Het is zomer nu. Thuis wacht de man van wie ik houd, de man die de concurrentie bestrijdt maar de essentie mist. Mark en Mehmet lezen straks elk woord en voelen precies wat ik niet hardop zeg. Ik slik de afwezigheid weg en leg mijn hand op de deurklink. Ik kijk nog één keer om: buiten hangt de zomerdruk zwaar tussen de bomen. Het is prachtig weer, een perfecte dag die totaal niet rijmt met wat ik vanbinnen voel. Dan open ik de voordeur en stap naar binnen.