De kogel is door de kerk, of beter gezegd: de vijand is door de linie. Veldhuizen is officieel gevallen. Onze laatste paar militairen, de mannen en vrouwen die de bezuinigingsrondes hadden overleefd en daadwerkelijk meer konden dan met een houten geweer ‘pang pang’ roepen wegens chronisch munitietekort, moesten helaas de vlag strijken.
Er is nog dapper weerstand geboden. Rond de Hogerhorst werd gevochten voor elke meter, en bij de rotonde bij de Nienhof stond tactisch een tank opgesteld. Die moest de grote toegangsweg naar het centrum verdedigen. Maar het mocht niet baten. Ede is gevallen.
Achteraf gezien zat de klad er al vroeg in. Er was bitter weinig animo voor de strijd. De eenheid was ver te zoeken en toen de nood aan de man kwam, bleken vrijwilligers voor de burgerwacht simpelweg onvindbaar. Iedereen keek gezellig naar elkaar, maar niemand stak een hand uit. Grenzen waren immers toch maar denkbeeldige lijnen, zo hielden linkse politici ons jarenlang voor, en oorlog loste volgens de heersende moraal sowieso nooit iets op.
We hebben blijkbaar echt niets met Nederland. Een bekende politica riep ooit al dat ‘de Nederlander’ niet bestond. Nou, die historische analyse bleek pijnlijk accuraat tijdens deze invasie. Toen het erop aankwam, bestond de Edese verdediging vooral uit individuen die snel hun eigen hachje in veiligheid brachten. Welkom in het nieuwe Ede; de wodka en kaviaar staan inmiddels klaar voor de nieuwe machthebbers.