Soms speelt de grootste strijd van het leven zich volledig af in je eigen hoofd. Een strijd zonder duidelijke spelregels, waarvan de buitenwereld niets merkt.
Ik ben blij dat ik leef. Dat meen ik echt. Alleen lukt het me vaker niet dan wel om dat grote 'geschenk' te beseffen. Je weet wat het waard is, maar het komt simpelweg niet binnen. En dus balanceer ik op een dunne lijn: ik ben gelukkig, en tegelijkertijd ook weer absoluut niet.
Het ergste is de harde conclusie die ik over mezelf trek: ik denk dat ik zwak ben. Dat ik ongeschikt ben voor dit leven. Want ik heb immers alles mee. Soms loop ik over straat en zie ik iemand in een rolstoel. Iemand die werkelijk alles tegen lijkt te hebben. Een lichaam dat misvormd is, dat moeizaam en pijnlijk beweegt, volledig gevangen in de fysieke realiteit van alledag. En dan kijk ik naar mezelf. De mooie dame die alles mee heeft. Een gezond lichaam, een goed leven, de schijn volledig mee.
Juist die rauwe, visuele tegenstelling verstikt me. Het zorgt voor een vernietigend schuldgevoel. Het fluistert me in dat ik niet mag voelen wat ik voel. Welk recht heb ik om mentaal te worstelen, als mijn buitenkant geen enkele reden tot klagen heeft? Alsof uiterlijk geluk innerlijke pijn ongeldig maakt. Ik schaam me voor mijn eigen mist naast hun overduidelijke, tastbare strijd. Dus druk ik het weg, sluit ik mezelf af, en voel ik me nog schuldiger.
Soms loop ik over straat en overvalt het me: ik was daar, en nu ben ik zomaar hier. Bestaan in het moment is loodzwaar als je van jezelf niet mag bestaan met de pijn die er zit. Je bent fysiek perfect aanwezig, maar mentaal mijlenver weg.
Misschien is de echte connectie met de wereld niet dat we dezelfde strijd leveren, maar dat we allemaal vechten. Pijn en verwarring kijken niet naar privileges of hoe 'goed' je het hebt. Ook als mooie dame met alles mee, mag de mist er zijn. Pas als we elkaars onzichtbare worstelingen durven te erkennen, zijn we echt samen. Zomaar hier, in al onze verschillende vormen van mens z