Het is weer zover in de Edese gemeenteraad. De Edese Wolven spitsen de oren, want D66-kracht Richard Hoogland staat op om te spreken. Maar voor er ook maar één klank over zijn lippen komt, volgt het vaste ritueel. Richard grijpt naar zijn neus. Het subtiele, vingergevoelige tikje tegen het montuur. Die bril zit daar niet om scherper te zien, nee, die bril draagt geletterdheid uit. Het is het visuele bewijs dat zijn wereldvreemdheid geen toeval is, maar diep overdacht. Gestoeld op dikke boeken.
Richard is onze gestudeerde moraalridder. Een democraat in hart en nieren, zolang je maar exact hetzelfde stemt als hij. Mocht een andere partij er een afwijkende mening op nahouden, dan schiet Richard direct in de agitatie. Zijn blik vernauwt, zijn toon wordt belerend. Je ziet hem denken: "Wat zijn die anderen toch weer stuitend slecht geïnformeerd." Eigenlijk zou Richard die lastige, onwelgevallige partijen het liefst vandaag nog verbieden. Voor de democratie, uiteraard.
Vanuit zijn morele ivoren toren kijkt Richard neer op de Edese samenleving. Letterlijk overigens, want D66’ers wonen nu eenmaal altijd in de duurste, groenste villawijken. Nooit, maar dan ook echt nooit, zul je een D66’er aantreffen in een volkswijk. Arbeiders? Die zitten niet in de familieboom van de familie Hoogland. De hardwerkende middenklasse is voor Richard een abstract concept uit een sociologieboek en tevens het vaste slachtoffer van al zijn progressieve hobby's.
Dat brengt ons bij Richards favoriete wetmatigheid: de wereld is een overzichtelijk plaatje. De dader is zonder uitzondering de witte man. Het slachtoffer heeft altijd een kleurtje. En kom Richard vooral niet lastigvallen met zoiets irritants als de realiteit, want die wetmatigheid staat rotsvast.
Richards omgang met allochtonen is dan ook een antropologische studie op zich. In zijn eigen sociale kring schitteren ze door afwezigheid. De onderkant van de samenleving kent hij alleen van horen zeggen. Hooguit heeft hij ergens in zijn netwerk een hoogopgeleide, geadopteerde minderheid rondlopen die feilloos met hem meepraat. Richard behandelt allochtonen niet als gewone Edenaren, maar als een bedreigde en beschermde diersoort. Dat je met migranten gewoon een biertje kunt drinken en grappen over en weer kunt maken, gaat er bij hem niet in. Humor is gevaarlijk.
En zo strijdt onze Edese moraalridder dapper verder. Gewapend met zijn bril, zijn morele verhevenheid en een diepe allergie voor de werkelijkheid. De Edese Wolven kijken geamuseerd toe, want zolang Richard zijn bril rechtzet, blijft er in Ede tenminste nog wat te lachen.